PEUTERPUBERTEIT

 

Wat is peuterpuberteit?
Tussen de leeftijd van 1,5 en 4 jaar proberen peuters macht uit te oefenen op hun omgeving. Ze worden kwaad, protesteren en testen hoe jij als ouder daar op reageert. De volwassene of ouder wordt tijdens deze periode dus eigenlijk wat gebruikt als proefkonijn. Maar ook dit is een normale stap in de ontwikkeling van je kindje en gaat vanzelf weer over.

Deze peuterpuberteit of nee-fase of koppigheidsfase is een periode die je als ouder als moeilijk kan ervaren. Wat eerder vanzelf ging, gaat nu plots niet meer vanzelf. Je kindje aankleden was altijd vanzelfsprekend, plots wordt dat een strijd. Je kindje wandelde rustig mee doorheen de winkel, nu gaat het op de grond liggen en schreeuwt het uit wanneer hij dat ene snoepje niet krijgt. Dit zijn enkele mogelijke voorbeelden van peuterpuberteit. Uiteraard doorloopt elk kind deze fase anders. De ene heeft nu eenmaal een sterkere wil of is sensitiever ingesteld dan de andere.

Hoe reageer je op deze nee-fase?
Belangrijk om te weten: je kan er als ouder niets aan doen dat je kind deze driftbui krijgt, je hebt wel een invloed op hoe je op deze driftbuien omgaat. Hierbij enkele tips. Zoek zelf uit wat helpt en waar jij je het best bij voelt.

  1. Preventief: geef je kindje vanaf jonge leeftijd al enkele verantwoordelijkheden en laat het dingen zelf proberen (schoenen aandoen, boekjes wegzetten, beker vullen,…).
  2. Negeer het gedrag. Vaak is negatief gedrag ook een manier om aandacht te krijgen.
  3. Leid je kind af. Dit werkt vaak bij kindjes. Wanneer ze in hun driftbui kwaad op de grond gaan liggen, begin dan over iets anders en vraag bijvoorbeeld om samen iets te gaan spelen.
  4. Wees consequent. Stel duidelijk je grenzen en stel deze steeds op dezelfde manier.
  5. Beloon positief gedrag. Wees driftbuien voor en ga je kind belonen wanneer hij flink is. Belonen is niet altijd iets krijgen. Je kind belonen kan ook zijn door een verhaaltje uit te kiezen, samen een spelletje te spelen.
  6. Verwoord wat het met je doet. Vertel wanneer de driftbui over is aan je kind dat het het niet leuk vond en wat het met je deed. Toon daarbij wel begrip maar keur het gedrag niet goed.
  7. Wees bewust van je lichaamstaal. Zorg dat je bijvoorbeeld niet gaat lachen met de driftbui wanneer je het niet apprecieert.
  8. Geef een time-out. Wanneer een driftbui te hevig is kan je je kind even een plekje apart geven.
  9. Niet onderhandelen, niet toegeven en niet straffen.